Populus x canadensis Moench.



Sectie Aigeiros

De canada populier is de meest aangeplante populier. De boom komt in veel verschillende klonen en dus vormen voor. Hier volgt een algemene beschrijving: Hoge boom 25 tot 40 meter. Kroon: matig breed, cilindrisch met opgaande takken, doorgaande spil soms gaffelend. Solitair staande bomen hebben een brede eivormige kroon. Jonge bomen hebben een smalle kegelvormige kroon. Jonge stammetjes met gladde grijsachtige schors, op oudere leeftijd is de schors grijs en ruw gevoord, echter, op goede grond blijft de stam lang glad. Goed groeiende opgaande twijgen hoekig. Kortloten grijs met bruingele gloed, rond. Steel plat, groen met weinig rood. Blad driehoekig soms ruitvormig, 8 tot 15 cm, voet recht tot iets hartvormig, punt kort.

Canada populieren vragen een ruime zonnige standplaats.Vochtige en voedzame, lemige grond (geen zand). In tegen stelling tot mannelijke bomen kunne vrouwelijke bomen voor zaadpluisoverlast zorgen. Aan het eind van de lente zijn de zaden rijp. Op een droge mooie dag laat de boom het pluis vallen. Het pluis gedragen door de wind valt op de grond. In mastjaren kan dit een dike wollen deken vormen. Het duurt een week en een regenbui spoelt alles weg.

De naam: P. x canadensis, is verwarrend voor een populier die niet uit Canada komt maar uit Europa. Veel mensen gebruiken de naam P. x euramericana. Dit past beter bij de boom die is ontstaan uit een kruising tussen P. nigra (Europese zwarte populier) en P. deltoides (Amerikaanse zwarte populier). De Duitse botanist Conrad Moench heeft voor het eerst in 1785 de naam P. x canadensis gebruikt. De eerst gebruikte naam is geldig. Maar of hij hier met een echte Canada te maken had of met een oorspronkelijke soort, is onduidelijk.

Foto: een rij 55 jarige Canada populieren hier is de kloon Robusta gebruikt.

Canadensis klonen
Tabel in Nederland gebruikte klonen
Herkomst, jaar van ontstaan en NAK-B controle
Geslacht en ouders van canadensis klonen